De vuistregel die je bij vrijwel elke saunakachel tegenkomt is simpel: reken 1 kW vermogen per kuub inhoud van je cabine. Voor een kale houten doos binnen klopt die som aardig. Zet diezelfde cabine buiten neer, of vervang een houten wand door glas, en die ene vuistregel klopt opeens een stuk minder goed. Je weet dan niet meer zeker welk vermogen van een saunakachel je nodig hebt, en dus ook niet hoe lang je moet wachten voor je kunt zitten.
Hieronder werk ik de rekensom voor het vermogen van een saunakachel voluit uit. Drie concrete cabines, van inhoud naar kW naar opwarmtijd, als rekenvoorbeeld en niet als exacte meting.
Vermogen van een saunakachel: de vuistregel plus twee correcties
De basis is de inhoud van je cabine in kubieke meter (lengte x breedte x hoogte). Daarop reken je 1 kW vermogen per m³. Een cabine van 4 m³ vraagt dus grofweg een kachel van 4 kW.
Twee correcties duwen dat getal omhoog:
- Glas. Glas isoleert veel slechter dan een houten wand en verliest continu warmte. Reken per m² glasoppervlak (ruiten, deur) 1,5 m³ extra bij je inhoud op, alsof die ruimte er letterlijk bij komt.
- Buiten plaatsen. Een cabine binnen geeft warmte af aan een ruimte van zo’n 20 graden. Buiten staan diezelfde wanden in koude lucht en wind, en dat verschil trekt veel harder aan de kachel. Tel daar 20 tot 40% bovenop, afhankelijk van hoe koud en winderig het bij jou meestal is.
Deze twee correcties samen verklaren waarom een barrel sauna met dezelfde inhoud als een binnencabine vaak een flink zwaardere kachel nodig heeft. Ze verklaren ook waarom een fabrikant nooit één vast vermogen voor “een 2-persoons sauna” kan opgeven. Pas als je weet of de cabine binnen of buiten staat, en hoeveel glas erin zit, kun je de vuistregel echt toepassen.
Drie cabines doorgerekend: van inhoud naar kW
Onderstaande drie cabines zijn een rekenvoorbeeld, geen productspecificatie. Vul je eigen afmetingen en glasoppervlak in voor jouw situatie.
| Cabine | Basisinhoud | Correctie | Effectief volume | Vermogen (rekenvoorbeeld) | Opwarmtijd |
|---|---|---|---|---|---|
| 2-persoons, binnen, klein raam | 3,3 m³ | +0,6 m³ (0,4 m² glas) | ~3,9 m³ | ~4 kW | 25-30 min |
| Barrel, buiten, klein raam | 6,3 m³ | +0,45 m³ (0,3 m² glas), +30% buiten | ~8,8 m³ | ~9 kW | 30-45 min |
| 3-persoons, binnen, glazen voorwand | 5,4 m³ | +5,4 m³ (3,6 m² glas) | ~10,8 m³ | ~11 kW | 30-40 min |
De derde cabine laat zien hoe hard glas aantikt. Een glazen voorwand van 3,6 m² verdubbelt hier het effectieve volume, en daarmee het benodigde vermogen, terwijl de cabine zelf niet groter is dan de barrel.
Hoe lang duurt het opwarmen?
Wat opvalt in de tabel hierboven: drie cabines met een vermogen tussen de 4 en 11 kW komen allemaal op een opwarmtijd van ongeveer 25 tot 45 minuten uit. Dat is geen toeval. Zolang de kachel goed is afgestemd op de inhoud (rond die 1 kW per m³, met de correcties erbij), blijft de verhouding tussen vermogen en volume ongeveer gelijk. Niet de absolute grootte van je cabine bepaalt dan de opwarmtijd, maar twee andere factoren:
Isolatie. Een dunne, enkelwandige cabine verliest warmte sneller dan een dikke, dubbelwandige met isolatiemateriaal ertussen, zoals ik ook beschrijf in de wanddikte van een barrel. Slechte isolatie betekent dat de kachel langer moet bijschakelen voor hij de temperatuur vasthoudt.
Buitentemperatuur. Een barrel bij 15°C buitenlucht warmt sneller op dan diezelfde barrel bij 0°C. Hoe kouder het buiten is, hoe meer warmte er wegvloeit. Dat verklaart waarom de barrel in de tabel in de winter aan de trage kant van de bandbreedte kan uitkomen, ondanks het hoge vermogen.
Infrarood: een ander principe
Een infraroodcabine warmt niet eerst de lucht op, maar verwarmt je lichaam rechtstreeks met straling. Daardoor gelden bovenstaande vuistregel en tabel niet. Infrarood werkt met een veel lager vermogen, doorgaans 1,5 tot 3,5 kW. De opwarmtijd is ook korter, 10 tot 15 minuten, zoals ik ook aanhoud in het stroomverbruik van een sauna. Vergelijk een infraroodcabine dus niet direct met de kW-tabel hierboven.
Niet de grootte van je cabine bepaalt hoe lang je wacht, maar hoe goed hij geïsoleerd is en hoe koud het buiten is.
Wat kost een saunagang op dit vermogen?
Zodra je weet welk vermogen je kachel nodig heeft, kun je doorrekenen wat een saunagang gaat kosten. Die rekensom, vermogen x tijd x gemiddeld vermogenspercentage x energietarief, werk ik volledig uit in het stroomverbruik van een sauna. Daar staat ook de vermogensfactor van 60 tot 70% waarmee een kachel gemiddeld draait zodra de thermostaat eenmaal bijschakelt, in plaats van continu vol vermogen te trekken.
Aansluiting: stopcontact of krachtstroom?
Het berekende vermogen bepaalt ook meteen hoe je de kachel moet aansluiten, en dat is een praktische grens waar je vóór de bestelling achter wilt komen.
Tot ongeveer 3,5 kW past een kachel vaak nog op een gewone (bij voorkeur eigen) groep met een stopcontact. Denk aan de kleinere infraroodcabines en de kleinste Finse kachels. Tussen 3,5 en 6 kW, zoals de 2-persoons cabine hierboven, gaat het meestal om een eigen groep met een vaste aansluiting op één fase; je installateur beoordeelt of de meterkast dat aankan. Vanaf 6 kW, zoals bij de barrel en de glazen cabine, is een aansluiting op krachtstroom (3-fasen, 400V) gebruikelijk. Op één fase zou je anders met onpraktisch dikke kabels en een hoge stroomsterkte moeten werken.
Laat deze beoordeling en de aanleg altijd over aan een erkend installateur. Dit is geen doe-het-zelf-klus, en de juiste aansluiting staat los van de vergunningsvraag voor de plaatsing zelf. Vraag de leverancier van je kachel daarom vroeg in het traject naar het exacte vermogen. Dan kan je installateur vooraf inschatten of je meterkast volstaat of dat er eerst verzwaard moet worden.
Houtgestookt: een andere rekensom
Bij een houtgestookte kachel gaat de 1 kW-regel niet één op één op. Houtkachels krijgen een hoger nominaal vermogen dan een elektrische kachel voor dezelfde cabine, omdat ze hun warmte minder gelijkmatig afgeven: voor een barrel die elektrisch met 9 kW toe kan, zie je houtkachels van 12 tot 15 kW. Ga daarom uit van het m³-bereik dat de fabrikant bij de kachel opgeeft, met dezelfde correcties voor glas en buiten. Een elektra-aansluiting heb je niet nodig. Wat je er wel voor terugkrijgt aan kosten, onderhoud en beleving vergeleken met elektrisch, zet ik apart uiteen in houtgestookte sauna of elektrisch.
Checklist: vermogen saunakachel bepalen
- Bereken de basisinhoud van je cabine in m³ (lengte x breedte x hoogte)
- Tel per m² glasoppervlak 1,5 m³ bij die inhoud op
- Staat de cabine buiten? Tel daar nog eens 20 tot 40% bovenop
- Rond dat effectieve volume af naar boven voor je kW-vermogen
- Boven de 6 kW: houd rekening met krachtstroom en een erkend installateur
- Infrarood: gebruik deze rekensom niet, reken met 1,5 tot 3,5 kW en 10 tot 15 minuten opwarmtijd
Veelgestelde vragen
Is meer vermogen altijd beter? Nee. Bij een te zware kachel is de lucht snel op temperatuur, waardoor de thermostaat al uitschakelt voordat de stenen goed heet zijn. Het gevolg is slappe opgietingen en een cabine die warm aanvoelt maar geen goede stoom geeft. Reken op basis van je werkelijke inhoud, niet op de zwaarste kachel die past.
Kan ik zelf het vermogen van een bestaande kachel opzoeken? Ja, dat staat op het typeplaatje van de kachel zelf, meestal aan de zijkant of onderkant. Klopt dat vermogen niet met de vuistregel voor jouw cabine, dan warmt de sauna waarschijnlijk merkbaar trager of sneller op dan hierboven beschreven.
Telt de bank of het volume van de mensen erin mee? Nauwelijks. Het gaat om de luchtinhoud die opgewarmd moet worden; de ruimte die banken en mensen innemen is in verhouding te klein om in dit rekenvoorbeeld mee te nemen.
Weet je het vermogen van je kachel al en wil je uitrekenen wat een saunagang kost? Zie het stroomverbruik van een sauna. Twijfel je nog tussen hout en elektrisch? Lees houtgestookte sauna of elektrisch.